Vis moet zwemmen

Iedereen heeft vast wel gehoord van de uitdrukking: vis moet zwemmen. En daarbij wordt iets culinairs bedoeld, namelijk dat bij een vismaaltijd een goede wijn hoort. De Fransen hebben het gezegde nog iets aangedikt. Zij menen dat de vis driemaal moet zwemmen: in het water, in de boter en in de wijn. Je mag natuurlijk drinken bij je vis wat je lekker vindt, maar op gastronomisch gebied gelden toch wat regels. Je kunt ze ook zien als richtlijnen. Tegenwoordig kiezen we bijna altijd voor een witte wijn bij de vismaaltijd. Als de vis ondergedompeld is in een rijke roomsaus, werd daar rond 1930 meestal een zoete wijn bij geserveerd, zoals een Auslese of een Sauternes. Smaken veranderen en men zal niet snel meer bij welke vismaaltijd ook voor een fles zoete wijn kiezen, maar eerder een droge.   Gelukkig bieden de regels enig houvast in de keuze voor wijn. Hoe edeler de vis, des te mooier de wijn luidt één van die regels. Kies voor een witte wijn uit Bourgondië. Er zitten kostbare soorten tussen, maar je kunt zonder gene voor de minder dure kiezen. Bij een eenvoudige vismaaltijd, bijvoorbeeld een gebakken scholletje, smaakt eigenlijk elke soort droge witte wijn. Kies er bijvoorbeeld een uit het Elzas gebied of de Loire. Chablis is een perfecte wijn bij lichte, fijne visschotels, bijvoorbeeld een bereiding met tong. Macon is een uitstekende keuze om vis met zware sauzen te begeleiden. Graves of een witte Rioja serveer je bij gebakken vis. En als uitzondering op de regel: bij gebakken vis kun je ook zonder problemen een Beaujolais, een lichte jonge rode wijn, serveren.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug