Stoofvlees

Stoofvlees is vlees dat op een langzame manier wordt gegaard. De lange bereidingstijd is alleen mogelijk op een lage temperatuur. Deze manier van bereiden zorgt ervoor dat de smaak van de ingredi├źnten zich goed kan ontwikkelen en het vlees een zachte eetbare structuur krijgt. Het vlees dat gebruikt wordt voor stoofvlees laat zich doorgaans niet op snelle wijze bereiden. Meestal gebruik je rund-, varkens- of lamsvlees en bij voorkeur het vlees van oude dieren (niet te oud natuurlijk). Lamsvlees vormt een uitzondering, want lamsvlees is van jonge dieren. De stooftijd van lamsvlees bedraagt daarom ook meestal niet meer dan een uur. Rundvlees vergt de langste bereiding, soms wel langer dan twee of drie uur. Stoofvlees moet dus lang van tevoren bereid worden en vaak is het de volgende dag nog het aller-lekkerste. Stoofvlees breng je met kruiden en andere toevoegingen op smaak. Verschillende kruiden geven aan hetzelfde vlees steeds een heel ander karakter. ┬á Je moet vlees niet alleen in boter en water stoven, dat geeft niet alleen een smakeloos maar ook taai resultaat. Om het vlees zachter te maken is een zure toevoeging gewenst als (wijn)azijn, rode wijn of bier. In de Aziatische keuken wordt veel gebruik gemaakt van kokosmelk om het vlees mals te krijgen. Een stoofgerecht kan het beste worden bereid in een pan met een dikke bodem. Gietijzeren pannen hebben het voordeel dat zij de warmte lang vasthouden. Het vlees wordt in veel bereidingen eerst aangebraden, voordat de stoofvloeistof wordt toegevoegd. Het aanbraden zorgt ervoor dat de suikers aan de rand van het vlees karameliseren. Tijdens het stoven wordt de smaak hiervan weer overgedragen aan het stoofvocht. Stoofvlees smaakt de volgende dag extra lekker, omdat de smaakstoffen langer op elkaar hebben kunnen inwerken. Je kunt stoofvlees opwarmen in de magnetron, maar zorg dan wel voor voldoende vocht zodat het vlees niet te droog kan worden.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug