Spek

Spek

Spek is zeer vet vlees van het varken. Het bevindt zich in de rug en in de buik. Het spek uit de buik is het magerst, voor zover je van mager kunt spreken. De meeste soorten spek worden uit de buik gehaald, bijvoorbeeld speklappen, ontbijtspek, zuurkoolspek. Het vette spek, uit de rug, wordt vooral gebruikt om vlees dat snel uitdroogt te larderen of barderen. Het spek in de rug is zo vet, dat het bijna puur vet is en een witte kleur heeft. Er zit ook spek in de wang, het zogenaamde kinnebakspek, oftewel onderkin van het varken. Deze spek wordt vooral in de worstmakerij gebruikt. Bacon wordt gemaakt van zowel de rug als de buik. Het wordt geconserveerd door het vlees te drogen, te zouten en soms ook te roken. Bacon en spekblokjes worden in de keuken vooral gebruikt als smaakmaker om een gerecht meer pit te geven. Spekblokjes worden hiervoor eerst uitgebakken en daarmee lekker krokant gemaakt. Ze smaken goed in stamppoten, maar doen het ook prima voor een hartige bite in salades. Katenspek is gekookt en vervolgens gerookt vlees uit het magere vet uit de buik. Zeeuws spek is doorregen spek zonder zwoerd. Het wordt gegeten met bruinbrood en een lik mosterd. Het Zeeuwse spek kan ook als borrelhapje goede diensten doen. Speklappen zijn onderdeel van de warme maaltijd. Met kruiden kun je er steeds weer een andere smaak aan geven. Om ze minder vet te krijgen is een bereiding op de grill een aanrader. Zo kun je ook een groot stuk buikspek braden in de oven. Ontbijtspek wordt zo genoemd omdat het goed smaakt in combinatie met een (roer)ei in de ochtend. De smaak van spek hangt af van een aantal factoren, maar vooral de voeding van het varken. Het vlees smaakt namelijk vaak naar wat het varken te eten krijgt. Ook de manier van snijden is bepalend voor de vorm en de kwaliteit. Ten slotte is de rijping ook van groot belang voor de smaak.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug