Soufflé

Een soufflé is een licht en luchtig gerecht, gemaakt van eiwitten en andere ingrediënten, zowel zoet als hartig. Het kan zowel een hoofdgerecht als lunch of een dessert zijn. Het woord 'soufflé' is het voltooid deelwoord van het Franse werkwoord "souffler" wat "losjes opblazen" betekent. Een goed gelukte soufflé is dan ook een luchtig baksel. Het klinkt makkelijk, maar niets is minder waar. Het is nog een ware kunst om een goede soufflé te bakken. In de meeste gevallen moet je de soufflé direct uit de oven opdienen. Schep hem dan ook meteen op de borden. Als je namelijk te lang ermee wacht, zakt hij helemaal in. Menig kok heeft zich er in verdiept hoe de kans te verkleinen een soufflé te laten mislukken. Zo zijn er verschillende tips. Je kunt bijvoorbeeld alleen de bodem van een vuurvaste vorm invetten en vul de vorm niet voller dan voor tweederde deel zodat het gerecht goed kan rijzen.   Het stijf geslagen eiwit moet vlak voor het bakken door het gerecht geschept worden. Open tijdens het bakken nooit de ovendeur en dien de soufflé direct op (desnoods afgedekt met een schone warme doek). Laat de ontmoediging van het kunnen mislukken je niet weerhouden eens iets te proberen op dit gebied. Begin eens met iets kleins en werk zo toe naar het grotere werk. Een zoete soufflé heeft meestal een basis van melk, eidooiers en gepureerde vruchten. Hartige soufflés worden meestal gemaakt met een basis van een dikke witte saus, gepureerde groenten, en hierdoor heen bijvoorbeeld geraspte kaas, fijngesneden ham of kip, vis, garnalen of champignons. Het eiwitschuim moet als laatste luchtig door het soufflémengsel worden gespateld. Dan moet het direct de oven in. En dan is het een kwestie van afwachten en direct opdienen.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug