Slavinken en blinde vinken

Slavinken  Blinde vinken

Vroeger, tot ongeveer de 19e eeuw, aten we kleine vogels, waaronder vinken. Je kunt dit nog op verschillende schilderijdoeken zien, vooral de doeken uit de 17e eeuw. De vogeltjes werden gevangen met klapnetten, lijmstok of vinkentouw. In de 18e eeuw was het heel gewoon die schattige vinken te eten. Een bron uit de 18e eeuw vermeld dat de vinken het liefst in de ochtend werden gevangen, omdat ze dan nog lekker mollig waren omdat ze dan nog niet zoveel gevlogen hadden. De blinde vink en de slavink bestaan gelukkig niet uit vinkenvlees. De vink werd bedacht door Nederlandse en Belgische slagers aan het einde van de 19e eeuw. Slagers bedachten de restjes van vlees tot gehakt te malen en dit in te pakken in vet spek. Het pakketje werd bij elkaar gehouden met touw. De grootte en vorm deden denken aan een vink en ziedaar was de naam gekozen. In het Franstalige deel van België worden ze ‘oiseaux sans tête’ genoemd, wat vertaald betekent: vogeltjes zonder kop. De samenstelling van het vleesproduct veranderde met de jaren. Er ontstonden varianten, waaronder de blinde vink en de slavink. De blinde vink wordt oorspronkelijk gemaakt van kalfsgehakt en kalfsvlees. Als de vink van rundvlees is gemaakt, wordt hij rundervink genoemd. Maar er bestaan heel veel variaties. Je hebt ze ook met varkensvlees. Ook een light-variant, waarbij mager vlees wordt gebruikt en het jasje bestaat uit mager kalfsfricandeau. En dan vergeten we niet de minivinkjes te vermelden.
Lekker bij de gourmet.
Toen kwam de slavink. Het is een vink met een inhoud van gemengd gehakt en een jasje van ontbijtspek. De zoute smaak van het ontbijtspek maakt het verder kruiden van het gehakt overbodig. Ze hebben hem slavink genoemd, omdat dit vleesproduct erg goed zou smaken bij sla.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug