Peper

peper (1K)

Er is één groentesoort die veel pit in zich heeft: het is de peper. Er zijn veel verschillende soorten pepers. Ze hebben verschillende kleuren, vormen en smaken. Er zitten hele hete soorten tussen, maar ook super milde. De meeste mensen houden niet van eten wat te gekruid is. De peper kan al snel het gerecht overheersen. Gebruik pepers dus bij voorkeur met mate. Begin met een kleine toevoeging, je kunt er later altijd nog wat meer bij doen. De peper smaakt niet alleen heet in de mond. Pas bij bereiding ook een beetje op. Het beste kun je plastic (wegwerp) handschoenen gebruiken. Wees voorzichtig met wat je tussendoor zo even snel aanraakt. Wrijf je bijvoorbeeld eventjes ongemerkt in je ogen, dan zullen je ogen flink geïrriteerd reageren. Het vruchtvlees waar de zaden aan zitten, is het pikantst. Verwijder dus niet alleen de zaden maar ook de lijst waar ze aan zitten. Meestal is deze lichter van kleur dan de rest van het vruchtvlees van de peper. Omdat er maar een kleine hoeveelheid peper nodig is om een gerecht een pikante touch te geven, worden de pepers in Nederland en omliggende landen meestal in kleine porties verkocht. Heb je toch nog over, dan kun je ze drogen. Je kunt ze namelijk droog ook nog goed in gerechten verwerken. Een andere manier om er langer plezier van te hebben is het bewaren in olie. Vul ze met een kruidenkaas en bewaar ze in olie of azijn. Ben je toch te royaal met het gebruik van peper(s) geweest en is het gerecht te pittig geworden? Je kunt de scherpte van de peper eventueel opheffen met crème fraîche, kokosmelk of (Turkse) yoghurt. Limoensap of gembersiroop kan ook uitkomst bieden. De aard van het gerecht moet zich daar natuurlijk wel voor lenen.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug