Paté

Paté

Paté is een Franse naam en er worden gemalen vleesproducten mee bedoeld die lever bevatten. Het is geen willekeurig woord, want net als het Nederlandse woord pastei en het Italiaanse woord pasta zijn ze allemaal afgeleid uit het Grieks en kennen ze allemaal een Griekse geschiedenis. Bij de oude Grieken verwijzen deze woorden allemaal naar kleine deeltjes en fijne structuren. In de middeleeuwen gebruikten ze het woord paté ook al, alleen bedoelden ze met het woord gemalen vlees in een deegkost. Dat noemen wij tegenwoordig pastei. Het woord paté gebruiken wij ook, net als de Fransen en we bedoelen hetzelfde. We bedoelen dus een vleesproduct dat lever bevat en fijn van structuur is. Lever is heel bederfelijk, en dat is meteen ook de reden waarom men paté bedacht heeft. De lever die voor paté gebruikt wordt, kan van vele soorten dieren zijn: kalf, rund, varken of een mengsel van verschillende soorten. De lever wordt gemalen en gemengd met andere ingrediënten. Eén van de ingrediënten is vet of spek. Dit veroorzaakt de afdekkende laag boven op de paté als deze op lage temperatuur au-bain-marie in een oven gegaard wordt. Het vet komt namelijk tijdens dit gaarproces vrij en naar boven. Vroeger bestond de paté uit twee delen vlees en een deel vet. Maar tegenwoordig vinden wij dat te vet en wordt paté veel magerder gemaakt. Je kunt ook zelf paté maken. Het is vrij eenvoudig te maken en er valt heerlijk te variëren met bijvoorbeeld cranberry’s voor een cranberrypaté, champignons voor een champignonpaté en room of (resten) groente. Roompaté smaakt overigens ook heel erg lekker met cranberry- of uienconfituur. Paté is erg lekker als voorgerecht. Presenteer hem deze feestdagen eens in plakjes met een sneetje ambachtelijk brood erbij of maak er iets moderns van door de paté om een lollystokje te draaien en serveer hem met een schaaltje cranberrysaus.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug