Papaja

papaja (3K)

 
De papaja wordt ook wel boommeloen genoemd vanwege de peerachtige vorm van de vrucht. In Nederland zijn er nagenoeg alleen kleine exemplaren verkrijgbaar. Ze wegen hier gemiddeld tussen de 300 en 500 gram. In de tropische gebieden waar ze groeien, kunnen ze echter wel een gewicht van 6 kilo bereiken. Een goed gerijpte papaja heeft zalmroze tot geeloranje boterzacht vruchtvlees. De geur heeft weg van die van abrikozen. De smaak van de papaja is zoet en meloenachtig. In het midden van de vrucht zit een holle ruimte die gevuld is met een geleiachtige massa met zwarte pitjes. Dit wordt niet gegeten. In de tropische landen waar de papajaboom groeit, eet de bevolking de onrijpe vrucht als groente. De pitjes in de papaja worden er gebruikt als medicijn tegen darmparasieten. De pitten hebben een sterk laxerende werking. Papajas zijn kwetsbare vruchten om te exporteren. Ze kunnen namelijk niet narijpen. Ze worden geplukt als het rijpingsproces is begonnen en dan direct vervoerd. Ze komen voornamelijk uit Brazilië en de Ivoorkust. Ze worden het hele jaar door aangevoerd, maar ze zijn vooral verkrijgbaar in de zomermaanden. De schil van de papaja wordt niet gegeten. Je moet hem dus voor gebruik schillen. Daarna kun je het vruchtvlees in plakjes of blokjes snijden. Je kunt de vrucht verwerken in een fruitsalade, er een smoothie van maken, met yoghurt een dessert van maken en hij smaakt prima bij gebakken kip. Citroensap versterkt de smaak van de papaja. Het vruchtvlees heeft net als de ananas een eiwitsplitsende stof. Als je vlees met papaja bereidt, wordt het vlees malser. Zuivelproducten vermengd met papaja kunnen na enkele uren waterig worden en een vreemde smaak krijgen. Combinaties van papaja met gelatine dreigen na een tijdje de binding te verliezen. Je voorkomt de meeste problemen met het stofje door de papaja eerst enkele minuten te koken.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug