Appellation Opperdoezer Ronde Contrôlée

opperdoes (2K)

Je zou het niet zeggen als je er binnenrijdt.
Opperdoes is namelijk precies wat je van een Westfries dorp in Noord-Holland verwacht: een oude dorpskern met goed in de verf zittende huizen en boerderijen die via smalle loopbruggetjes over de sloot bereikbaar zijn, drie elkaar beconcurrerende protestantse kerken, een paar winkels en de onvermijdelijke nieuwbouwwijk.
Nee, je moet scherper kijken om op te merken dat er hier wel degelijk iets aparts aan de hand is.
Er groeien namelijk opvallend veel aardappelplanten.
De akkers staan er vol mee, en zelfs op smalle strookjes grond langs de weg en bij de huizen wuift het groene loof in de wind.
Dit zijn de planten die hun wortels laten verdikken tot de Opperdoezer Ronde, een opmerkelijk smaakvolle aardappel die, ondanks het feit dat zijn diepliggende ogen hem onhandig maakt bij het schillen, lekkerbekken door het hele land in vervoering brengt.
Terwijl de aardappelconsumptie landelijk gezien afneemt ten koste van rijst en pasta, betalen de liefhebbers graag de hoge prijs die de groenteman voor Opperdoezers vraagt.
De oorzaak van dit fenomeen is tweeërlei.
Allereerst zijn de 'rondjes', zoals de dorpelingen ze noemen, opvallend lekkere aardappelen, die ook nog eens vastkokend zijn, wat ze de modewind mee geeft.
Even belangrijk is echter het marktbeleid van De Coöperatieve Pootaardappelvereniging De Opperdoezer Ronde.
Die geven uitsluitend pootmateriaal uit aan leden, en lid kun je alleen worden als je in Opperdoes woont.
"Ja, zo houden we de aardappel exclusief," vertelt de voorzitter van de vereniging.
Dat is waar.
Exclusief en dus duur.
De vraag komt dan meteen op waarom dat met andere groente en fruitrassen niet gebeurt.
Het antwoord is dat de kwekersrechten van verreweg de meeste akker en tuinbouwprodukten liggen bij commerciële bedrijven, die er juist belang bij hebben om zoveel mogelijk zaai en pootgoed te verkopen.
De Opperdoezers zijn er echter bij gebaat hun produktie beperkt te houden en af te schermen van buitenstaanders.
Het verbaast dan ook niet dat zij er als de kippen bij waren, toen de mogelijkheid werd geschapen om bij de Europese Unie een 'beschermde oorsprongsbenaming' aan te vragen.
Een appellation d'origine contrôlée, inderdaad.
De 'Opperdoezer Ronde' is alweer zo'n tien jaar een van de schaarse Nederlandse producten met een BOB.

opperdoezer (1K)

De Opperdoezer hoort eigenlijk alleen van de zavelgrond (klei met zand) rond het West-Friese dorp Opperdoes te komen.
Maar er is ook een lap grond in de Wieringermeer in gebruik, iets waarover de telers liever niet praten... De Opperdoezers zijn heel beslist over de wijze waarop Opperdoezers gekookt moeten worden: onder water.
En zeker als je ze voor het eerst eet, moet je er gesmolten boter bij nemen.
Dan proef je ze het best. Een welvarend dorp, Opperdoes.
Van de 1600 inwoners zijn er zo'n 70 lid van de coöperatieve vereniging, en als je daar de 30 amateurs aftrekt die de aardappelplanten prefereren boven een gazonnetje, houd je een veertigtal akkerbouwers over die er samen in geslaagd zijn om de naam van hun winderige dorp bij de fijnproevers en chefkoks van heel Nederland bekend te maken.
Geen geringe prestatie in een land dat traditioneel niet veel tamtam maakt over culinaire zaken.
Voor wie nog niet op de hoogte is van de praktische kant van het eten van de rondjes: van juni tot oktober kun je de Opperdoezer Ronde in de winkel vinden.
En vergeet dan niet dat pakje roomboter te kopen.
Anders worden ze boos, daar in West-Friesland.

Bron: Onno Kleyn

Terug