Omelet

Niet iedereen lukt het een perfecte omelet te maken. Het maken van een omelet vereist dan ook een bepaalde handigheid. Maar wie vaker oefent, zal daar zeker profijt van hebben. En een omelet is namelijk een heerlijk gerecht met vele toepassingen, kostelijk bij de lunch maar ook niet mis bij de avondmaaltijd. Met de volgende tips kun je alvast aan de slag. Gebruik bij voorkeur zo vers mogelijke eieren. Bewaar de eieren nooit te lang en zeker niet in de koelkast. In de koelkast drogen ze veel sneller uit. Voor een omelet van gemiddelde grootte neem je twee eieren. Klop dooiers en eiwit door elkaar, maar waak ervoor dat je er geen schuimend geheel van maakt. Het wit en het geel moeten met elkaar mengen, maar het mag geen homogene massa worden. Dat zal ten koste gaan van de luchtigheid. De massa moet in de pan goed bij elkaar blijven en niet uitlopen. Hoe kleiner de pan, hoe minder de kans op dit uitlopen.

Gebruik bij voorkeur een pan met een anti-aanbaklaag en een vlakke bodem die rond naar boven loopt. Doe boter in de pan, en laat deze niet te donker worden voordat je het ei in de pan doet. Giet het ei er langzaam in. Het ei moet stollen, niet bakken. Tijdens het stollen, kun je met een houten spatel de boel bij elkaar houden. Een perfecte omelet heeft een ovale vorm. Licht de randen van de omelet met de spatel op. Laat zo de rest van de nog vloeibare massa er onder lopen. Om de boel niet aan te laten bakken, schud je voortdurend met de pan. De omelet moet van binnen nog zacht zijn en van onderen net niet bruin worden. Tijdens het schudden van de pan, komt nu het moeilijke deel. De omelet moet met een handigheid worden dubbelgeslagen. Dit vereist oefening. Maar zoals gezegd, dan heb je een perfecte omelet.
Meteen opeten.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug