Hoe bak je een goede omelet?

Gebruik verse eieren.
Beginners kunnen volstaan met drie eieren. Gevorderden gaan tot zes eieren.

Gebruik een pan van circa 22 - 24 cm doorsnee voor een omelet met 3 eieren.
Dan krijgt ie precies de goede dikte.

Breek de eieren boven een kom, voeg een scheutje room toe en klop er heel rustig even met een vork doorheen tot de dooier door het eiwit gelopen is.
Dus niet hard kloppen (het eiermengsel mag een beetje "draderig" zijn ).

Bak in ruim geklaarde boter op matig vuur. Wacht tot de boter ophoudt te bruisen. Giet de struif in het midden van de pan en pak een spatel. Met de spatel schep je vanaf de buitenkant eierstruif op die je naar het midden beweegt en schud de pan zodra de omelet gaat stollen.

Daar ga je mee door tot je omelet bijna droog is. En dan is die ook klaar. Strooi er nu pas zout & peper over. De omelet moet lekker vloeibaar en romig zijn (baveuse noemen we dat). Dus niet te lang doorbakken. Bak de omelet goud-geel (een bruine omelet is doodzonde).
Uitserveren in een mooie halve maan op het bord. Let op: nooit dubbelvouwen, maar fraai laten rollen door de steel van de pan onderhands vast te pakken(vingers op de steel i.p.v. eronder)en het bord tegen de pan aan te houden. Lepel nog wat geklaarde boter over de omelet op het bord.

Wil je een omelet vullen, bijvoorbeeld met klein gesneden ham of dunne plakjes gebakken champignons of andere paddestoelen of het allerlekkerst truffel, dan leg je direct na het storten van de struif, de vulling in het midden. Simpeler kan het niet. Dus niet omkeren, niet urenlang kloppen, gewoon scheppen, van buiten naar binnen. Dan ontstaat vanzelf ook de vorm die je hebben wil.

Bron: De gouden tips van Cees Helder
Gepublicerd in NL.Culinair door: Tonny Leeflang - Wondergem

Terug