Oesters

Men zegt dat je oesters in ons land eigenlijk alleen moet eten in de maanden met de ‘r'. Dat heeft te maken met het transport. Oesters moeten vers en levend worden geserveerd als je ze rauw wilt eten. Ze worden verkocht in mandjes met zeewier om het vocht vast te houden. De oesters moeten gesloten zijn. Een geopende schelp levert een uitgedroogde oester en die kun je niet eten. Als je de schelp niet of lastig open krijgt, dan is het in orde. Druppel wat citroensap op de kieuwen van de oester. Als deze samentrekt, kun je hem eten. Gebeurt er niets? Gooi hem dan maar liever weg. Gewoonlijk worden oesters gegeten als voorgerecht. Het aantal oesters dat je in een restaurant krijgt bij het voorgerecht is gemiddeld zes stuks, maar sommigen lusten er wel negen of twaalf van. Je hebt een speciaal oestermes nodig om hem te kunnen openen. Na het openen van de oester, wat wel wat handigheid vereist, wordt de platte schelp verwijderd en de oester losgesneden. De oesters worden geserveerd op een bedje van gecrushed ijs met daarbij wat partjes citroen en roggebrood. Voor de smaak kan er gebruik gemaakt worden van de pepermolen. Oesterkenners eten hem het liefst rauw, maar er zijn ook warme bereidingen mogelijk. Ze worden dan gegaard en koud of (lauw)warm gegeten al dan niet met een dipsaus. Ze worden ook wel eens gegratineerd of verwerkt in de soep of als toevoeging in spiesjes en dergelijke. Er bestaan veel soorten oesters, maar in ons land zijn de platte ronde met een tamelijke gladde schelp uit Zeeland en Oostende het bekendst. Er worden ook oesters uit Frankrijk geïmporteerd. Ze worden onderscheiden naar grootte. Het aantal nullen dat ze krijgen toegewezen, zegt daar iets over. Hoe meer nullen, hoe groter de oester.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug