Granny Smith

Granny Smith is een appelras, dat oorspronkelijk uit Australië komt. Het ras werd rond 1865 door Marie Ana (Granny) Smith gekweekt. Het is een zure appel, felgroen van kleur. Het ras leent zich uitstekend voor de verwerking in een salade, omdat de plakjes niet zo snel bruin worden in vergelijking met andere appelsoorten. Ook is het vruchtvlees van deze appelsoort lekker knapperig. Vanwege de fris-zure smaak is de Granny Smith een lekkere, verfrissende handappel. Maar je kunt hem ook gebruiken voor verschillende gerechten. Je kunt de appel bakken in de oven, vullen, stoven en zelfs frituren. Je kunt er sap en zelfs saus van maken. Kook hem tot (appel)moes en verwerk dit in een cake of vul er een taartbodem mee. Het is een prima appel die je in fruitsalades kunt verwerken of andere nagerechten.   Ook kun je de appel kiezen voor bereiding van een chutney of jam. Bedenk bij het laatste dat de Granny Smith door het hoge pectinegehalte sneller stolt. Omdat de appel veel voedingsvezels bevat, is het eten van dit fruit goed voor de spijsvertering. Ze geven veel energie omdat de natuurlijke suikers in appels langzamer worden opgenomen dan gewone suiker. De fris-zure smaak van deze appel is daarbij ook nog eens aangenaam dorstlessend. Granny Smith is het hele jaar door verkrijgbaar, met uitzondering van de eerste weken van september. Koop de appel alleen als hij er gaaf en stevig uitziet. Een appel is gevoelig voor stoten en vertoont al snel beurse plekken. Bewaar de appels na aankoop niet langer dan 2 weken op een koele, donkere plaats.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug