Gehakt

Bijna elk land kent een gerecht wat gemaakt wordt met gehakt. Dat is niet zo vreemd, want gehakt was eigenlijk het restvlees en het vlees van mindere kwaliteit. Om het beter verteerbaar te maken, werd dit restvlees door een molen gedraaid. Althans, dat gebeurde pas veel later. Het eerste gehakt werd door middel van andere technieken verkregen. Zo kregen de Tartaren het vlees murw door het onder het zadel van hun paard te leggen: nu bekend als de biefstuk tartaar. Gehakt vlees wordt streng gecontroleerd door de Keuringdienst van Waren omdat het snel bederft.
Het gehakt wat we in de winkels kopen, bestaat niet meer uit restafval. Het zijn wel vaak de kwalitatief mindere delen die verwerkt worden in gehakt, zoals de schouder-, borst en nekdelen. Door het maalproces is het vlees snel vatbaar voor bacteriën. Om deze reden is gehakt niet lang houdbaar.
Haal gehakt bij voorkeur op de dag van bereiding bij de slager. Nog beter is het gehakt zelf te maken voor de bereiding, maar niet iedereen heeft daar tijd voor of zin in. Het gemalen vlees laat zich op heel veel verschillende manieren bereiden. Je draait er heerlijke gehaktballen mee als je er kruiden, brood, broodkruim (of paneermeel) en een ei door kneedt. Door het rul te bakken is het erg geschikt als ingrediënt in sauzen. Gebraden gehakt kun je invriezen en zo langere tijd bewaren. Er zijn verschillende soorten gehakt verkrijgbaar. De meeste supermarkten bieden rundergehakt en varkensgehakt aan. Een combinatie van beiden wordt half-om-half gehakt genoemd. De grotere supermarkten hebben vaak ook kalfsgehakt en lamsgehakt in de koeling. Wordt het gehakt 'tartaar' genoemd, dan is het gehakt gemaakt van mager rundvlees.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug