Gestoofde kliswortel

Kinpira-gobo

  • 2 à 3 eetl. sesamolie
  • 250 g kliswortel
  • 100 g wortel
  • 2 eetl. saké
  • 1 eetl. mirin
  • 1 eetl. zoet, graanstroop, oerzoet
  • 1 eetl. tamari
  • 1 à 3 theel. shoyu
  • 2 eetl. sesamzaad
  • ⅓ theel. shichimi togarashi, zeven-smaken chilipeper

Boen de wortel met een groenteborstel schoon en schraap hem.
Snijd de beide groentes in julienne (lucifertjes), maar veel leuker is om nu de sasagaki snijtechniek toe te passen: het slijpen van de groente als een puntenslijper.
Maak op het eindstuk van de wortelgroentes in de lengterichting lange insnedingen.
Slijp vervolgens vanaf de onderkant van je af zoals je met een mes een potlood zou slijpen.
Draai de groenten steeds een beetje rond.
Door de hoek van het mes te veranderen bepaal je de dikte van het slijpsel.
Dompel de kliswortelreepjes steeds onder in aangezuurd water, om verkleuring te voorkomen.
Rooster het sesamzaad in een droge koekenpan of doe het in de speciale Japanse zaadjespan horoku.
Laat de klis in een vergiet uitlekken.
Verhit een wok, voeg olie toe en vervolgens de kliswortel.
Roerbak een paar minuten.
Voeg de wortelreepjes toe en roerbak 2 minuten.
Voeg toe: 3 eetlepels water, saké, mirin en zoet.
Laat de vloeistof op laag vuur al omscheppend indampen.
Voeg tamari toe en roerbak 30 seconden.
Draai het vuur uit.
Breng het gerecht op smaak met shoyu.
Voeg daarna 1 eetlepel sesamzaad toe, togarashi (naar smaak) en schep nog een paar maal om.
Schep het gerecht op een bord en laat afkoelen.
Het gerecht gaat na een paar uur nog beter worden, omdat de smaken gaan intrekken.
Het kan in een glazen pot een dag in de koelkast bewaard worden, het wordt alleen maar smakelijker.
Serveer het gerecht op kamertemperatuur of gekoeld en strooi er voor het serveren de tweede eetlepel sesamzaad over.

Bron: NN

Terug