Galuska - I

Hongaarse noedels

Galuska

  • 250 g bloem
  • 3 eieren
  • zout
  • 10 cl water

Neem een houten lepel en een grote kom.
Meng de bloem met de eieren, een snuf zout en het water.
De bedoeling is een vochtig, slap deeg, dat niet vloeibaar is, maar ook niet kneedbaar.
Als het deeg te vast is doe je er nog een scheut water bij.
Zet een grote pan met water op.
Wacht tot het kookt en doe er dan een flinke snuf zout in.
Neem een spätzlezeef of spätzlepers of, als je die niet hebt, een ander ding/zeef/pers met kleine gaatjes.

Galuska
spätzlezeef of spätzlepers

Die hou je boven de pan met water.
Werk het deeg in slierten door de gaatjes.
Laat het water een keer goed opkoken.
Als de galsuki boven komen drijven, en dat gaat snel, dan zijn ze klaar.
Schep ze er met een schuimspaan uit.
Doe ze in een schaal.
Klaar en meteen opdienen.

Bron: Ajvar


Galuska - II

Nokedli

Galuska

  • 2 eieren
  • zout
 
  • 400 g bloem
  • 50 g vet

Klop de eieren met zout en ca. 20 cl water.
Gebruik zo veel bloem tot je een stevig maar smeuïg deeg hebt.
Roer alles goed door met een houten lepel.
Wrijf het deeg door een grove rasp (in Hongarije en Centraal-Europa bekend keukengerei) in kokend water met zout.
Als de nokedli - zoals ze ook wel genoemd worden - gaar zijn, komen ze boven drijven en kan je ze met een schuimspaan uit de pan scheppen.
Spoel ze af onder een lauwwarme kraan, laat ze goed uitlekken in een vergiet en bak ze op een heel laag vuur in heet vet.

Bron: Koken snuffeltjes

Terug