Engelwortel konfijten

  • 500 g groene, verse stengels, potlooddikte
  • 500 g suiker
  • 20 cl water

Hoe kan ik best engelwortel konfijten?

De stelen van de engelwortel kan je verwerken als 'gekonfijt fruit'.
Ze smaken lichtjes naar gember.
Daarvoor kook je de jonge, ontbladerde, holle steeltjes in suikersiroop en dat doe je zo:

Snij de stengels in stukken (ongeveer 10 cm lang)
Kook ze op een zacht vuurtje (ongeveer 20 minuten) tot ze beetgaar zijn.
Doe de buitenste schil van de stengels en bewaar het kookwater.
Doe de stengels terug in het bewaarde water en laat nog eens 10 minuutjes koken op een zacht vuur.
Haal ze uit het water, doe ze in een kom en strooi er 500 gram suiker over, zodat de stengels goed in de zoetigheid ondergestopt liggen.
Laat 2 dagen rusten
Neem een kookpot, doe er een bodempje water in en laat de stengels met de suiker 30 minuten zachtjes koken.
Vis de stengels uit de pan.
Neem het zoete kookvocht en maak het nog zoeter door de resterende 100 g suiker erbij te strooien.
Kook hiervan een dikke siroop.
Kook de stengels nog 7 minuutjes.
Laat de stengels uitlekken.
Leg de engelwortelstukjes op een rooster en laat ze drogen op een warme plek.
Dat kan bijvoorbeeld in een warme luchtoven op de laagste stand en de ovendeur op een kiertje.
Leg een stuk bakpapier in een goed afsluitbaar blik.
Leg de gekonfijte stengels erin en leg er nog een blaadje bakpapier over.
Sluit goed af.

Bron: Wieringer Akker

Terug